Afwachtende houding adviseur blijft zonder gevolgen

25 Apr 2022 10:33 | Anonymous

Document via Pixabay

(Kifid-uitspraak GC 2022-0414) De consument heeft sinds 1998 een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De verzekering is afgesloten via de tussenpersoon. De consument is eind 2020 arbeidsongeschikt geworden. De klacht van de consument is dat de tussenpersoon zijn nazorgplicht niet is nagekomen waardoor de verzekering niet passend is. Zijn vordering ziet op drie aspecten: de te lage verzekerde som ten opzichte van zijn inkomen, het ontbreken van een recht op premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en de te hoge premie. De Geschillencommissie oordeelt dat de tussenpersoon zijn nazorgverplichting heeft geschonden, maar dat niet is komen vast te staan dat de consument hierdoor schade heeft geleden. De vordering van de consument wordt afgewezen.

De commissie “is van oordeel dat de tussenpersoon na kennisname van de e-mail van 25 oktober 2019 en het daarin genoemde inkomen, niet stil mocht blijven zitten en het initiatief had moeten nemen om een afspraak te maken om alsnog de aanpassing van de verzekeringen met (de broer van) de consument te bespreken. Dat de consument eerder niet had gereageerd op het per e-mail van 31 juli 2019 toegezonden onderhoudsformulier doet aan deze verplichting van de tussenpersoon niet af. De tussenpersoon is tekort geschoten in zijn nazorgverplichting omdat hij geen afwachtende houding had mogen aannemen nadat hij kennis droeg van het feit dat de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen mogelijk aanpassing behoefden".

Geen schade

De commissie: “De tussenpersoon heeft gemotiveerd betwist dat de consument schade heeft geleden als gevolg van het feit dat het verzekerde bedrag niet is verhoogd, door erop te wijzen dat de broer van de consument in zijn e-mail van 25 oktober 2019 heeft aangegeven voor de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van hemzelf en van zijn broer een eigen risicotermijn van twee jaar te overwegen. Als dit zou zijn doorgevoerd had de consument de eerste twee jaar na het intreden van de arbeidsongeschiktheid in plaats van de huidige, volgens de consument te lage uitkering, helemaal geen uitkering ontvangen. De consument heeft daartegenover geen argumenten genoemd waaruit volgt dat hij niet voor deze langere eigen risicotermijn zou hebben gekozen als het update gesprek wel tijdig voor intreden van zijn arbeidsongeschiktheid zou hebben plaatsgevonden. De consument heeft daarom zijn vordering op dit punt onvoldoende onderbouwd.

“De verzekering geeft in artikel 9.6 van de verzekeringsvoorwaarden een recht op premievrijstelling, na het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid. De consument heeft niet aangetoond dat er arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn die al direct bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid premievrijstelling verlenen en dat hij zo’n verzekering dan zou hebben afgesloten.

“De wettelijke nazorgplicht gaat niet zo ver dat een adviseur de consument uit eigen beweging moet informeren over algemene marktontwikkelingen zoals premiedalingen. De consument en een financieel adviseur kunnen over een dergelijke nazorgplicht wel afspraken maken, maar dat is hier niet gebeurd. Bovendien heeft de consument niet aannemelijk gemaakt dat hij een veel goedkopere arbeidsongeschiktheidsverzekering met dezelfde dekking had kunnen sluiten.”


Powered by Wild Apricot. Try our all-in-one platform for easy membership management