• 07 Jan 2022 07:46 | Anonymous

    Financieel Dagblad  5 januari 2022  Eva Schram en Jan Fred van Wijnen

    Voor Amerikanen zijn de Nederlandse start-ups aantrekkelijke investeringen. Ze zijn lager gewaardeerd dan beginnende tech bedrijven op de oververhitte markt in de VS. Om deze investeerders met jonge bedrijven in contact te brengen zijn verschillende initiatieven ontplooid.

    Dat investeerders uit Amerika massaal naar Nederland trekken is terug te zien in de cijfers. 'Bij ongeveer een op de vijf deals in 2021 was tenminste één Amerikaanse investeerder betrokken.' Illustratie: iStock/FD Studio

    In het kort

    De helft van het durfkapitaal voor Nederlandse techbedrijven kwam vorig jaar uit de VS.

    Het meeste Amerikaanse geld ging naar 'scale-ups' en minder naar vroege start-ups.

    Verschillende initiatieven hopen dit gat voor de vroege start-ups te dichten.

    In het chique restaurant Brasserie Ambassade aan de Amsterdamse Herengracht komen medio december, vlak voor de nieuwe lockdown, achttien Nederlandse start-up oprichters samen. Op het menu staat gekonfijte eendenbout. Naast de tech ondernemers is ook een durfinvesteerder uit de VS aangeschoven, en verschillende partners van vijf Nederlandse investeerders.

    'De Herengracht is natuurlijk een leuke plek voor Amerikanen', zegt Dirk Huibers. Hij is mede-oprichter van Spotr.ai, een tech bedrijf dat begin vorig jaar zijn eerste 'seed kapitaal' van €2,5 mln ophaalde, en volgend jaar opnieuw bij investeerders langs wil. De sfeer schetst hij als 'gemoedelijk en informeel'. Voor de ondernemers is het een mooie kans om contacten te leggen met potentiële investeerders.

    De lunch is een initiatief van DutchTechInc, een nieuw platform voor contacten tussen financiers en tech ondernemers. Het is opgezet door Oliver Binkhorst, een Nederlander in Californië. Hij wil Amerikaans geld, Nederlands geld en start-up oprichters bij elkaar brengen. De 'founder lunches' zijn maar een voorbeeld, zegt hij. Het kan ook rustig zonder fysieke ontmoeting. 'Door de pandemie zie je dat Amerikaanse investeerders veel meer bereid zijn om transacties op afstand te doen. De fysieke aanwezigheid in de VS of Californië die eerst noodzakelijk was, is minder belangrijk geworden.'

    Veel geld naar megarondes

    Dat investeerders uit Amerika massaal naar Nederland trekken is terug te zien in de cijfers. Vorig jaar hebben Nederlandse start-ups een recordbedrag aan dollars opgehaald om hun groeiplannen te financieren. Van de €5,5 mrd aan durfkapitaal kwam vorig jaar de helft uit de Verenigde Staten. Twee jaar geleden was dat nog 10%, volgens databureau Dealroom.co. Of zoals Thomas Mensink, van databureau Golden Egg Check, het stelt: 'Bij ongeveer een op de vijf deals was tenminste één Amerikaanse investeerder betrokken.'

    Een deel van het geld ging naar grote investeringsrondes. In het voorjaar van 2021 haalde het Amsterdamse softwarebedrijf Message Bird €662 mln op. Voor een groot deel kwam dat van Amerikaanse investeerders als Accell, Tiger Global Management en Blackrock. Ook fintech bedrijf Mollie uit Amsterdam, dat afgelopen zomer €665 mln ophaalde, werd vrijwel volledig door Amerikaanse fondsen gefinancierd. De ronde van €600 mln die web supermarkt Picnic in september collecteerde, werd geleid door de Bill & Melinda Gates Foundation Trust.

    Deze Nederlandse megarondes laten zien waar Amerikaanse investeerders vooral in geïnteresseerd zijn: het financieren van late stage-bedrijven (in Nederland ook wel scale-ups genoemd; start-ups die de eerste fase hebben overleefd en het eerste succes hebben behaald).

    Investeren online

    Dit beeld wordt bevestigd door de Nederlandse investeerder Johan van Mil, van het fonds Peak. Amerikaanse collega's benaderen hem vaak, zegt hij. Bij voorkeur stappen ze in als een start-up al een stuk volwassener is, met een maandelijkse omzet van €150.000. Sinds het uitbreken van de coronacrisis spreekt Van Mil geregeld online met Amerikaanse investeerders: 'Ze doen ook volledige deals op grond van videogesprekken.'

    ‘Amerikaanse investeerders doen ook volledige deals op grond van videogesprekken’

    Johan van Mil, Peak

    De Amerikanen concentreren zich op Europese steden waar veel start-ups ontstaan: Londen, Parijs, Berlijn, Amsterdam en Stockholm. Ook in deze 'tech hubs' rukt de dollar op, zo blijkt uit de Dealroom-data: van de ruim $93 mrd die Europese start-ups vorig jaar hebben opgehaald, kwam meer dan een derde ($33,9 mrd) uit de VS. Twee jaar daarvoor was het nog een kwart.

    Voor het zoeken van hele jonge bedrijven maken de Amerikanen ook gebruik van 'venture scouts', zegt Van Mil. Dat zijn lokale ondernemers, die maximaal $500.000 krijgen om namens de durfinvesteerder een belang te nemen in een veelbelovend tech bedrijf dat zijn eerste product nog moet lanceren. Ook Peak gebruikt zulke scouts, maar dan met investeringsbedragen tot €100.000.

    Wederzijds aantrekkelijk

    Voor Amerikanen zijn de Nederlandse start-ups aantrekkelijke investeringen. Ze zijn lager gewaardeerd dan jonge techbedrijven op de oververhitte markt in de VS. Het omgekeerde is ook waar: voor Nederlandse ondernemers zijn Amerikaanse investeerders interessant, omdat ze meer bieden dan hun Nederlandse concurrenten.

    Voor Rick Lamers en Yannick Perrenet, van data start-up Orchest, was dit één reden om hun 'seed-ronde' van $3,5 mln dit najaar op te halen bij Amerikaanse investeerders. 'Uiteindelijk is de financiering ook gewoon een marktplaats. Je gaat daarheen waar het meest wordt geboden voor je product', zegt Lamers. De specifieke kennis over zijn marktsector speelt ook een rol: 'Nederlandse venture capital firma's weten gewoon niet zoveel van ons domein, developer tools.'

    ‘Uiteindelijk is de financiering ook gewoon een marktplaats. Je gaat daarheen waar het meest wordt geboden voor je product’

    Rick Lamers, Orchest

    Lamers en Yerrenet zijn ook aangesloten bij het onlineplatform van Binkhorst, die de fundraising lunches in Nederland organiseert. Dit digitale gedeelte is vooral educatief, zegt Binkhorst: 'Jonge, onbekende start-ups uit Nederland worden in contact gebracht met buitenlandse investeerders en ze leren van Nederlandse ondernemers die hier ervaring mee hebben.'

    Angels investors

    Binkhorst is niet de enige die jonge start-ups wil helpen aan Amerikaans geld. Zo is er ook een netwerk van 'angel investors': Operator Exchange, opgezet door een groep Nederlanders die in Silicon Valley hebben gewerkt. De angels zijn vaak voormalige ondernemers die kleine investeringen doen.

    Ook de Nederlandse investeerder Unknown Group lanceert komend voorjaar een fonds, speciaal voor Nederlandse investeerders of Amerikanen 'met een oranje hart'. Ceo Hendrik Halbe van Unknown wil met dit fonds 'een brug slaan' naar investeerders die pas mee doen bij de eerste serieuze investeringsronde, de zogeheten serie A. 'Wij richten ons op Nederlandse start-ups die voor hun opschaling een duwtje in de rug nodig hebben', zegt Halbe. Zijn nieuwe fonds begint betrekkelijk klein, maar hij hoopt door te groeien naar een omvang van €60 mln tot €100 mln. Halbe's voorbeeld is het Israëlische UpWest, dat in 2012 ook klein begon en nu een flinke aanjager is van de Israëlische techwereld.

    En dan is er nog het Nederlandse consulaat in San Francisco, dat al jaren het mentorprogramma 'Holland in the Valley' biedt. Daarin geven succesvolle Nederlanders uit Silicon Valley advies aan ondernemers in hun moederland.

    In Amerikaanse handen

    De toename van Amerikaans kapitaal in Nederlandse start-ups betekent een flinke impuls voor de snelgroeiende tech bedrijven. Maar het betekent ook dat steeds meer aandelen van Nederlandse bedrijven in Amerikaanse handen vallen, en met de aandelen ook steeds meer zeggenschap. Is dat een probleem?

    Niet echt, vindt angel investor Rene Bonvanie. Hij werkte de afgelopen 25 jaar in Silicon Valley bij IT-bedrijf Oracle en Palo Alto Networks, een cybersecurityfirma. Als angel is hij betrokken bij het nieuwe fonds van Unknown, en hij is mentor bij het programma Holland in the Valley van het Nederlandse consulaat. Ten eerste is de verwachting dat de ondernemers die nu profiteren van het Amerikaanse kapitaal op den duur zelf zo succesvol worden dat ze als angel investor weer investeren in het Nederlandse ecosysteem.

    Niet alleen financiering

    Maar bovenal is 'het belangrijkste dat we het juiste kapitaal bij de juiste mensen krijgen', zegt Bonvanie. 'Het gaat niet alleen om financiering. Een ondernemer wil ook in zee gaan met iemand die de juiste contacten op de Amerikaanse markt heeft, die analisten in dienst heeft voor hulp bij marktonderzoek, en die expertise heeft in de sector waarin het bedrijf opereert. Het zou leuk zijn als dat altijd bij Nederlandse investeerders zou kunnen. Maar vaak dat is niet zo.'

  • 05 Jan 2022 10:46 | Anonymous

    Examenzaal via Pixabay

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 03 Jan 2022 09:36 | Anonymous

    Tot zes jaar geleden had Nederland nog een verzekeringslabel dat zich volledig op vrouwen richtte. Een autoverzekering met een unieke aanpak die bijna meteen na de introductie bovenaan de testlijstjes prijkte. Toch trok eigenaar Aegon in 2017 de stekker uit het project. Medeoprichter Peter de Boer vertelt over de rise and fall van wat eens de beste autoverzekering van Nederland was: Onna-Onna.

    De rise and fall van een vrouwenverzekeraar: Onna-Onna

    Als vijf marketingmannen op een vrijdagmiddagborrel in 2007 klagen dat er zo weinig beklijft van de ideeën die ze bedenken voor verzekeraars, roept iemand bluffend dat ze het zelf ongetwijfeld beter kunnen. Een boude uitspraak. De economie draait na de dotcom-crisis inmiddels weer op volle toeren, maar de Nederlandse autoverzekeringsmarkt schrijft jaar na jaar rode cijfers.

    “Stoere borrelpraat”, zegt De Boer over die middag met Jan Heuvel, Lex Orie, Reggie de Feniks en Maurik van den Heuvel. Met autoverzekeringen was geen droog brood te verdienen. Het rendement op elke geïnvesteerde premie-euro was voor de verzekeraars hoog genoeg om de paar procent verlies op de schadelast voor lief te nemen. Een beginnende speler die zich niet tegelijkertijd als belegger manifesteerde had niks op de autoverzekeringsmarkt te zoeken.

    Het genderperspectief

    “Tot we een rapport onder ogen kregen waarin het genderperspectief werd onderzocht op allerlei soorten diensten”, vertelt De Boer. Op tal van services was dat meetbaar, maar de onderzoekers konden niets vinden voor de financiële dienstverlening. “Wij vonden dat juist superinteressant. Want wat wij wel wisten is dat in 60 procent van de gevallen vrouwen de eindbeslissing maken over het afsluiten van een financieel product. Vrouwen hebben de belangrijkste stem in het kapittel.”

    In numerieke zin maken vrouwen net zoveel schade als mannen. Alleen het testosteron ontbreekt

    Voor De Boer en zijn collega’s was één en één drie. Als ze het beter wilden doen, dan moesten ze een autoverzekering speciaal voor vrouwen ontwikkelen. Onder leiding van de onlangs overleden Heuvel onderzochten ze de financiële haalbaarheid. Daaruit stelden ze ten eerste vast dat vrouwen een ander schadepatroon hebben dan mannen. “In numerieke zin maken vrouwen net zoveel schade als mannen”, zegt De Boer. “Alleen het testosteron ontbreekt. De knal is minder hard en de schadelast lager.”

    Op de overhead was volgens De Boer ook prima winst te behalen. In de hele keten van herverzekeraar, verzekeraar, serviceprovider, had een verzekeraar voor hen weinig toegevoegde waarde. “Dus we konden 20 procent besparen op schadelast en het schrappen van de verzekeraar zou ons nog eens 20 procent extra financiële ruimte geven.”

    Lees ook

    Peter de Boer en Jan Heuvel: 'Verzekeringen moeten onweerstaanbare producten worden'

    Meer doen dan je belooft

    Het echte eureka-moment voor de marketeers kwam toen ze uit een enquête naar voren haalden dat vrouwen geen enkele relatie voelen met verzekeraars. Nul. “Dus ook niet met het merk”, zegt De Boer. “Wat wij moesten doen was dus supereenvoudig: gewoon goed naar de doelgroep luisteren. Er wordt vaak gezegd dat prijs het belangrijkste is, maar dat is niet waar. Het draait allemaal om communicatie en meer doen dan je belooft.”

    Er werd een concept bedacht en in Zwitserland een luisterend oor gevonden. “Swiss Re was superenthousiast”, vertelt De Boer, die in die dagen veel in Zürich was. “Ze zouden meedoen en een formidabel bedrag investeren om het meteen van de grond te krijgen.” De herverzekeraar zou de risicodrager zijn, serviceprovider Melching stond in de startblokken voor de operationele kant, terwijl de vijf oprichters zich op branding, marketing en sales zouden storten.

    Geen experimenten

    In een Zwitserse club werd tot in de late uren gedronken op het succes. De maandag erop zou alleen nog een telefonische meeting volgen om de deal te beklinken. “Die call duurde een minuut”, herinnert De Boer zich. “Ze gingen het niet doen.” Op de dag dat de Nederlandse ploeg elkaar jubelend op de schouders sloeg in de Zürichse Pelikanbar, viel in New York de bank Lehman Brothers om. De start van de financiële crisis. In het kielzog verloor ook Swiss Re ruim een derde van zijn marktwaarde. Voor een experimentje met een Nederlandse nicheverzekering was geen ruimte meer.

    Die call duurde een minuut. Ze gingen het niet doen

    “Daar zaten we met z’n vijven. Verbijsterd en in stilte naar de microfoon op tafel te staren. Vier van ons hadden net hun baan opgezegd. Er was geen geld, alleen een concept.” De shock duurde zo’n tien minuten. Daarna besloten ze dat ze door zouden gaan. Orie was de jongste, had nog geen kinderen en geen hypotheek. Hij moest de kar gaan trekken. De rest ging bijverdienen om de vrouwenverzekering van de grond te krijgen.

    De Boer: “Ik heb mijn auto verkocht. Een deel van mijn interieur. Mijn pensioengeld erin gestoken. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik voelde dat ik de rand van de klif passeerde. Ik kan je melden dat je daar niet heel goed van slaapt.”

    Pruttelen met drie klanten per week

    In de maanden daarna lukt het Orie en de rest van de oprichters om de zaak toch van de grond te krijgen. Swiss Re wilde nog wel capaciteit leveren voor een pool waarin ook Nationale-Nederlanden, Aegon, ASR en Zevenwouden deelnamen. “Verre van ideaal, maar we hadden wel risicodragers”, zegt De Boer. Onna-Onna was in business. Hij vertelt hoe ze hakkelend, stotend en pruttelend met drie klanten per week op gang kwamen. “En dat waren dan je moeder en je schoonzus. Het was echt een drama in het begin.”

    Maar plotseling ging het lopen. De Boer weet nog hoe het begon. Het was warm in Leiden en hij zat thuis met een biertje op de bank het RTL Nieuws te kijken. De presentatrice kondigde een item aan over vrouwenmarketing. Heineken had net Jillz gelanceerd, hotelketen NH had een nieuw concept en er was sinds kort zelfs een autoverzekering voor vrouwen. “Ik denk krijg nou wat. Dat zijn wij. Ik heb onmiddellijk de jongens gebeld: ‘we worden genoemd!’ Binnen vijf minuten lag door alle traffic de site eruit.”

    De beste autoverzekering

    De volgende winst was mogelijk nog groter, toen een paar maanden later de nieuwe Consumentengids op de mat viel. “En Lex die zit daar een beetje in te bladeren en zegt opeens, ‘joh, wij staan op nummer één’. Dat kwam voor ons echt als een complete verrassing. Wij waren met een stolp over ons hoofd alleen maar bezig om de business te laten groeien. We waren helemaal niet bezig met lijstjes.” De Consumentenbond zou Onna-Onna zelfs twee jaar achter elkaar aanwijzen als beste autoverzekering van Nederland.

    Branding is geen pot verf hè? Alles wat je van plan bent en uitdraagt moet je tot in de haarvaten van je processen opnemen

    Die uitverkiezing kreeg Onna-Onna niet voor niets. De branding was heiligverklaard in de startup. “Branding is geen pot verf hè? Alles wat je van plan bent en uitdraagt moet je tot in de haarvaten van je processen opnemen.” De Boer en co waren vooral van plan om attent te zijn. Aan dat begrip werd alles afgemeten. Is het attent om iemand een polis te sturen met zeventig pagina’s juridische tekst? De vraag stellen is hem beantwoorden. De voorwaarden werden ingedikt tot elf pagina’s leesbare tekst. “Dan zie je hoe dingen werken, want toen stonden we ineens landelijk in de aandacht met een prijs voor onze heldere communicatie.”

    En zo weet De Boer nog een paar voorbeelden te noemen. Is het attent dat je tien dagen moet wachten op je schadevergoeding? Is het attent dat er alleen mannentijdschriften liggen in de wachtruimten van de gecontracteerde schadeherstellers? Is het attent dat je altijd eerst een keuzemenu krijgt als je belt? “Nee. Natuurlijk is dat niet attent. Je moet gewoon iemand aan de lijn krijgen.” Dat laatste inzicht deed Onna-Onna besluiten om het callcenter en de schadeafhandeling in eigen hand te nemen.

    Zelf in het rommelhok

    Ze betrekken een kantoorpand in IJburg. De Boer en Orie zetten er demonstratief hun bureau neer in het rommelhok. De bellende servicemedewerkers krijgen ruimte en vrij uitzicht. “Practice what you preach”, zegt De Boer. “Zij zijn de belangrijkste schakel tussen het merk en de klant. Zij moeten het naar hun zin hebben.” Personeel werft Onna-Onna vooral in hospitalitywereld. Verzekeringstechniek is aan te leren, servicegerichtheid is dat volgens De Boer niet.

    De nieuwe schadebehandelaren krijgen maandelijks een coulancebudget. Als iets volgens de letter niet verzekerd is, maar de medewerkers krijgen er toch een vervelend gevoel bij om het af te wijzen, dan hebben ze de vrijheid om toch (een deel) te betalen. Met het geld konden ze bijvoorbeeld ook een bloemetje laten bezorgen. “Je wil dat een klant het gevoel heeft dat ze fair behandeld is”, zegt De Boer.

    Blog Peter de Boer

    Sinkhole van financiële merken

    Hij noemt de periode in Amsterdam een feestje. De Boer en zijn partners weten in relatief korte tijd ruim 24.000 klanten aan zich te binden. In de rush amper beseffend hoe bijzonder hun casus is. “Maar dan loop je tegen het punt aan waar alle startups tegenaan lopen. Je moet blijven groeien.” De oprichters hadden een routekaart opgesteld voor verdere uitbreiding. Zo waren er plannen om meer te gaan doen met zorg en vrouwen. En De Feniks wilde zijn ervaring inzetten om ook internationaal stappen te zetten. Maar voor groei is geld nodig.

    Binnen bij Aegon

    Op dat moment is Aegon in stilte bezig met de oprichting van onlinebank Knab. De Boer treedt bij Aegon op als consultant voor haar innovatieprocessen. In gesprek met de directeur Innovatie bij de verzekeraar vertelt De Boer terloops over de ontwikkelingen bij Onna-Onna. Dat ze op zoek zijn naar een strategisch partner, iemand die kan helpen met ICT, internationalisering en juridische zaken. Zou het niet wat voor Aegon zijn om in te stappen?

    “Nou de rode loper werd uitgerold. Tromgeroffel en trompetgeschal”, vertelt De Boer. “We waren welkom. Iedereen was euforisch en het leek het begin van een mooie samenwerking.” Onna-Onna was het paradepaardje bij Aegon, vertelt De Boer. Op internationale meetings werden ze altijd van stal gehaald. “Stonden wij erbij met onze Onna-Onna-tassen en -paraplu’s. Iedereen vond het fantastisch.” Er werd intern al gesproken over India, Griekenland en Spanje als volgende markten. “We dachten echt: ‘dit gaat rollen’. We gaan de mondiale verzekeringswereld het goede voorbeeld geven.”

    Onna-Onna paraplu Londen

    Weeffouten gemaakt

    Pas in de loop van het proces komt De Boer erachter dat fouten zijn gemaakt in het partnerschap met Aegon. De belangrijkste fout was het afstand doen van zeggenschap. “We hadden vijftig procent van de aandelen verkocht. Dat hadden we nooit moeten doen”, vervolgt De Boer. Een nieuwe directeur bij Aegon zag weinig in Onna-Onna. De innovatieafdeling werd gedecimeerd, interne contacten verdwenen en het initiële enthousiasme verdampte, evenals de plannen om er samen iets groots van te maken. Onna-Onna werd volgens De Boer bewust aan haar lot overgelaten en invloed om het tij te keren hadden ze niet.

    Samen met de andere oprichters leverde hij ook de overige vijftig procent van de aandelen in. Contractueel mag De Boer niets negatiefs over Aegon zeggen, maar vanaf dat moment weet hij ook niets positiefs meer te melden. Aegon heeft Onna-Onna nog twee jaar zelf gerund, voor het in 2017 definitief ophield te bestaan. “Maar toen was het merk eigenlijk al kapot.”

    Reactie Aegon

    Volgens een woordvoerder van Aegon heeft het bedrijf nooit een vooropgezet plan gehad om Onna-Onna uit de markt te halen. “Wel waren stevige interventies nodig om het rendement binnen de norm te brengen. Er is trouwens nog altijd een Onna-Onna-portefeuille met klanten, dus het is ook niet opgehouden te bestaan.”

    De Handtasjesdekking

    Een van de opmerkelijkste elementen in de Onna-Onna autoverzekering was de standaard handtasjesdekking. Doorsnee-autoverzekeringen vergoeden bij inbraak alleen auto-accessoires en geen andere spullen. Op inboedelverzekeringen is er meestal wel dekking, maar die gaan zelden zover als de maximale 750 euro die Onna-Onna bereid was te betalen voor een gestolen handtas. Dat soort extraatjes bezorgde de vrouwenverzekeraar de hoogste scores bij de Consumentenbond, maar het kost natuurlijk ook gewoon geld. “Dat is waar”, zegt De Boer. “Maar nu kom je op het psychologische vlak. Vrouwen en handtassen, dat is een eenheid. Dat ding is echt heilig. Die laten ze heus niet zomaar achter in de auto.” Volgens De Boer is er in zeven jaar tijd zelden een claim op de handtasjesdekking binnengekomen.

    “Weet je, wij hadden in de tijd vóór Aegon gewoon een heel goede combined ratio. Het was gezond geld. Maar we hebben daar nooit iets mee hoeven doen. Mensen zitten namelijk helemaal niet te wachten op het goedkoopste product. Wat mensen willen is fatsoenlijke dienstverlening. Dat je een relatie met ze aangaat en dat je goed communiceert. En een relatie is wat een merk beoogt te vertegenwoordigen en dat is fundamenteel anders dan een serie zakelijke transacties.”

  • 04 Dec 2021 14:04 | Anonymous

    Als Google inboedel- en opstalverzekeringen zou gaan verkopen, zou 26% van de consumenten in het Verenigd Koninkrijk er een polis willen sluiten. Dat concludeert databureau GlobalData uit een recent onderzoek.

    Ruim kwart Britten zou woonverzekering bij Google sluiten

    Techbedrijven en andere branchevreemde spelers bedreigen de traditionele verzekeraars omdat zij meer bedreven zijn in digitalisering en merkbinding, aldus GlobalData. Google is van hen de belangrijkste partij, maar ook energieleveranciers (23%) en Amazon (20%) maken een grote kans bij de verzekeringsconsument. “Vooral Amazon zal verzekeraars zorgen baren, omdat die partij al al jaren op het punt lijkt te staan om de verzekeringssector te betreden. Facebook zal daarentegen waarschijnlijk niet zo’n succes worden vanwege de negatieve publiciteit van de afgelopen jaren.” Ook WhatsApp wordt niet als serieus kanaal gezien voor het sluiten van verzekeringen.

    Google en Amazon hebben een voorsprong omdat zij ‘slimme’ oplossingen bieden in de huiselijke sfeer, zoals Google Home en Amazon Echo. Maar volgens GlobalData zullen deze partijen in de praktijk  vooral als partners voor verzekeraars optreden en technologie aanbieden om producten te helpen verkopen.

  • 04 Nov 2021 10:32 | Anonymous

    Kunstmatige intelligentie en persoonlijke aandacht lijken niet altijd hand in hand te gaan, maar bij Lemonade bewijzen ze het tegendeel. De inzet van AI zorgt er juist voor dat medewerkers meer tijd hebben om klanten gerichter en beter te bedienen. Dat vertellen Eline de Wit en Ron Voortman, Country Manager EU en Head of Insurance EU van de digitale inboedel- en aansprakelijkheidsverzekeraar.

    GEEF ARTIKEL CADEAU

    DELEN

    Zo zet Lemonade AI in voor meer persoonlijke aandacht

    Eline de Wit, Country Manager, en Ron Voortman, Head of Underwriting, bij Lemonade in Amsterdam.

    Lemonade is een van oorsprong Amerikaans bedrijf, in 2015 opgericht door Daniel Schreiber en Shai Wininger. De Wit: “Beide heren hebben een achtergrond in de techindustrie. Zij waren op zoek naar een nieuwe uitdaging. Een industrie die in hun ogen interessant was om voor verandering te zorgen door het gebruik van technologie. Zij keken daarbij naar verschillende industrieën, maar de keuze viel uiteindelijk op de verzekeringsbranche.” Drie aspecten maakten het interessant om in deze branche te stappen, zegt De Wit. “Ten eerste is het een ontzettend grote industrie. ‘Trillions instead of billions’, zegt Schreiber. Ten tweede is er de afgelopen honderd jaar niet veel veranderd in de branche. Er zijn veel grote oude bestaande spelers. Dat zie je niet in veel branches. Het is geen probleem als er oude spelers zijn en de consument gelukkig is, maar dat is niet per se het geval in de verzekeringsbranche. Het is niet bij uitstek een geliefde branche. Deze combinatie maakte het dat Schreiber en Wininger besloten Lemonade op te richten. Sinds 2020 zijn we actief in Nederland.” 

    Meer verhalen over digitale transformatie lezen? Lees hier nummer 2 van Tech for Executives.

    Nieuw businessmodel 

    De oprichters zagen een kans om het businessmodel van de verzekeringsbranche op zijn kop te zetten op een manier waardoor alle partijen hier baat bij hebben. De Wit: “Een verzekeringsbedrijf verdient geld in de vorm van premies en genereert winst na aftrek van kosten en het uitbetalen van claims. In zo’n situatie krijg je dat beide partijen als het ware vechten om dezelfde euro. De klant wil haar claim uitbetaald krijgen wanneer iets vervelends gebeurt, maar een verzekeraar genereert maximaal winst naarmate het minder claims uitbetaalt. Schreiber en Wininger besloten dat businessmodel om te gooien. Lemonade houdt een vast percentage van de premier in ter vervoeging van de kosten en het resterende gedeelte wordt gebruikt voor het uitkeren van de claims. Indien we in een jaar meer premie binnenkrijgen dan de vergoeding voor kosten en het uitbetalen van claims dan houden we dit niet zelf in als winst, maar geven we dit terug aan goede doelen.” 

    Lokale goede doelen 

    Het zijn goede doelen die de klant tijdens het afsluiten van een polis zelf kiest, vult Voortman aan. “Dat zijn altijd lokale goede doelen waarin een klant zich herkent. De theorie daarachter is dat je minder geneigd bent om als klant fraude te plegen, omdat je daarmee direct het goede doel raakt dat je zelf hebt gekozen. Afhankelijk van het aantal schades dat we per jaar moeten uitkeren, blijft er geld over voor de goede doelen. In 2022 heeft Lemonade een totale uitkering van 1,9 miljoen dollar gedaan aan wereldwijde goede doelen.” 

    Onze werknemers hebben altijd alle benodigde gegevens bij de hand, waardoor we kunnen focussen op de kwaliteit van interactie met de klant

    Verzamelen van data 

    Voortman omschrijft Lemonade als een techbedrijf dat actief is in de verzekeringen en geen verzekeraar met een IT-afdeling. Daarmee onderscheidt het zich van de traditionele verzekeraars. “Wij zijn vanaf het begin gebouwd als een end-to-end-digitaal platform dat helemaal gebouwd is rondom de klant. Daarbinnen verzamelen wij alle data uit interacties met klanten en dat stelt ons in staat om te allen tijde de klant goed en snel te helpen. Onze werknemers hebben altijd alle benodigde gegevens bij de hand, waardoor we kunnen focussen op de kwaliteit van interactie met de klant. De traditionele verzekeraar werkt vaak met een IT-afdeling, die zich kenmerkt door een web van verschillende systemen en data warehouses. Die systemen zijn vaak productgeoriënteerd. Daardoor zijn verzekeraars niet in staat om een holistisch beeld van de klant te vormen en daadwerkelijk als digitale verzekeraar te opereren.” 

    Leestip 1

    Lemonade wordt nu ook autoverzekeraar in de VS

    Gebruik van kunstmatige intelligentie 

    Lemonade gebruikt kunstmatige intelligentie om snelheid en gemak te genereren in de processen. Voortman: “Dat doen we bijvoorbeeld met twee bots die we hebben: AI Maya en AI Jim. Zij zijn geïnspireerd op twee medewerkers die daadwerkelijk bij Lemonade werken. Maya is een bot die onze klanten helpt. Zij helpt onze klanten bijvoorbeeld om aan de hand van een aantal vragen een offerte op te stellen, een polis af te sluiten, een polis te wijzigen of uiteindelijk de polis te betalen. Maya is een slimme bot, waarbij we bijvoorbeeld natural language processing toepassen. Aan de hand van de data die we genereren uit interacties, kan Maya de klant steeds beter helpen in de processen. Vaak gaat het hier om zaken die relatief eenvoudig zijn en waarbij de klant een efficiënt proces verwacht. Bijvoorbeeld: een klant die verhuist. Maya kan dat proces begeleiden en middels een korte interactie heeft de klant gelijk een nieuwe polis beschikbaar.” 

    Wij analyseren de efficiëntie van onze bots op continue basis en streven altijd naar nieuwe manieren om de effectiviteit verder te vergroten

    Door het schadeproces 

    AI Jim helpt klanten in geval van schade. “Hij begeleidt klanten door het schadeproces”, legt Voortman uit. “Hij stelt een aantal vragen en is in staat om direct een schade te beoordelen. Dat betekent dat voor een groot gedeelte van de gevallen schades direct worden uitbetaald. Momenteel zijn dat ongeveer één op de drie claims. Bovendien is Jim een bot die schades direct alloceert aan een schadebehandelaar als hij het zelf niet kan behandelen. De schadebehandelaar ziet vervolgens weer precies waar hij of zij op moet letten en of er bijvoorbeeld nog documenten missen. Daar zit veel intelligentie achter. Wij analyseren de efficiëntie van onze bots op continue basis en streven altijd naar nieuwe manieren om de effectiviteit verder te vergroten. We zijn slechts net begonnen.” 

    Risico’s managen 

    Ook gebruikt Lemonade AI om hun risico’s te managen. Voortman: “Een voorbeeld daarvan is de applicatie Watchtower. Die zetten we in tijdens grote catastrofes zoals een bosbrand. Aan de hand van hittesensoren kijken we continu beelden binnen hoe de branden zich verder verspreiden. Die data gebruiken we om te voorspellen waar de brand naartoe gaat en aan de hand daarvan managen we onze exposure.” 

    Leestip 2

    AM Expertpanel: Dit zijn de verzekeraars die écht innovatief zijn

    Persoonlijke aandacht 

    AI is voor Lemonade de sleutel achter de processen, maar de medewerkers maken nog altijd het verschil. De Wit: “De medewerkers hebben met de inzet van AI veel meer tijd om klanten gerichter en beter te bedienen. De technologie geeft ruimte aan onze klantenexperts en schadebehandelaars. Om bij de moeilijke claims wat persoonlijke aandacht te geven en er echt te zijn voor de klant. Als je op je zonnebril gaat zitten, dan kan de bot je waarschijnlijk wel helpen. Maar als je huis is afgebrand, is het wel fijn als je echt een medewerker kunt spreken.” 

    Toekomstperspectief 

    Volgens Voortman is de aanpak van Lemonade niet per se het toekomstperspectief voor alle verzekeraars in Nederland. “In de Nederlandse verzekeringsmarkt is behoefte aan verschillende oplossingen aangezien er niet één type consument is. Daarnaast heb je zakelijke- en maatwerkverzekeringen die baat hebben bij meer dan alleen een digitale oplossing. Mijn verwachting is dat de verzekeringsmarkt met de komst van nieuwe generaties en de steeds verdergaande digitalisering van ons dagelijkse leven, verder gaat verschuiven naar een digitale propositie. Dan kijk ik bijvoorbeeld naar wat mijn ouders al met hun telefoon doen en hoe normaal het voor hen is om via de telefoon een aankoop te doen of een tikkie te sturen. Dan rijst de vraag of zelfs die generatie ook in de toekomst nog steeds het meest gebaat is bij een traditionele propositie.” 

    Onderdeel van de organisatie maken 

    Voortman besluit met een advies aan bestuurders die hun organisatie ook verder willen digitaliseren. “Probeer nieuwe ideeën en oplossingen niet te generen binnen het bestaande. Als je daadwerkelijk wil bewegen naar een digitale operatie waarbij je technologie inzet, dan dient dit de kern van de organisatie te zijn. Digitalisering dient verweven te zijn in het DNA van de organisatie, in de cultuur, processen en de manier van werken van de medewerkers. Doe het niet op één afdeling, waarbij de rest doorwerkt aan de huidige processen. Je kunt niet zeggen: digitalisering vindt plaats op de IT-afdeling of in de innovatiehub.” 

  • 22 Oct 2021 13:28 | Anonymous


  • 05 Aug 2021 07:38 | Anonymous
    Horde via Pixabay

    Meer adviseurs vinden de horde van het PE-examen lastiger geworden om te nemen, blijkt uit de vele reacties op het bericht ‘Wat vindt u van het nieuwe PE-examen?’ in de VVP-nieuwsbrief van woensdag.

    Henny Staat (Staat Advies Financiele Diensten): “Ik herken de problematiek. Na een behoorlijke studie, slaagde ik onlangs met slechts een 6. Dat viel me behoorlijk tegen. Een collega, die dezelfde studie volgde zakte met een 5.”

    Juna van Esch (Geld en Gezin Altena): “Voorgaande jaren altijd met een 8 of 9 geslaagd, nu al twee maal een 5 gehaald. Thuis echt wel de syllabus goed bestudeerd en de training gedaan, maar er worden echt onzinnige details gevraagd, die totaal niet relevant zijn voor de adviespraktijk.”

    Paul Schoo (Platter-Schoo): “Ik had ook een half puntje te weinig. Andere jaren scoorde ik niet lager dan een 8. Naast de encyclopedische feitenkennis van onbenullige details zijn ook meer instinkertjes. Begrijpend lezen, roepen ze dan. Maar de antwoorden zijn zo geformuleerd dat je subtiel ontspoort.”

    Peter Menten (WftLimburg) bevestigt: “Als cursisten geen voorbereiding thuis gedaan hebben, is het veel moeilijker om middels een korte training een PE-examen te behalen. Steeds meer blijkt dat thuisvoorbereiding het halve werk is.”

    Ander soort vragen graag

    Menten verder: “Daarnaast wordt het hoog tijd om eens na te denken over het soort vragen. Handmatig een annuïteitenberekening in een PE-hypotheekexamen is echt niet meer van deze tijd. En dat geldt ook voor bijvoorbeeld het handmatig berekenen van een vermogensrendementsheffing.”

    Meer adviseurs hekelen het soort vragen. Kees van Rietschoten (Raadgevers Kuijkhoven ): “Ik vind dat er zoveel stof aantoegevoegd wordt die je in de praktijk nooit of nauwelijks gebruikt en die ook nog eens weinig met het verzekeren te maken hebben. En als je het nodig hebt kun je het eenvoudig opzoeken. Het lijkt er op alsof we elke drie jaar volledige examens moeten afleggen.”

    Bernard Siebelink (Siebelink Assurantien): “Ik heb ook onlangs examen gedaan voor PE Zakelijk Schade. Meerdere oefenexamens gedaan, maar het echte examen is zoveel moelijker. Ook vragen met betrekking tot beveiliging van een bedrijf gaat veel te ver. Het gaat er toch om dat een adviseur algemeen ontwikkeld is goed onderlegd is. En geen specialist op ieder gebied. Ik vind de examenstof veel te diep op de stof ingaan.”

    Alex van der Sluijs (Wonen en Hypotheek): “Ik moet nog op en ben erg benieuwd. Maar de studiestof die ik nu aan het bestuderen ben en het Permanent Actueel..... het is allemaal te veel en heel veel is totaal overbodig. Veel zaken los je in de praktijk op door je er in te verdiepen als je het nodig hebt. Globale kennis van de rest zou voldoende moeten zijn.”

    Volgens sommige adviseurs missen de PE-examens sowieso voeling met de praktijk.

    Wat zijn uw ervaringen met het nieuwe PE-examen?

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 21 Jul 2021 13:29 | Anonymous

    De Consumentenbond heeft vanmorgen een nieuwsbericht gepubliceerd waarin ze de schadelasten en de premie-inkomsten van autoverzekeraars heeft vergeleken. De belangrijkste conclusie die de Consumentenbond trekt, is dat de verzekeringspremies onnodig blijven stijgen. Het Verbond deelt deze conclusie niet.

    Kloof tussen premie en schade?

    De Consumentenbond heeft in het onderzoek cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) over het eerste kwartaal van 2021 gebruikt en spreekt onder meer van 'een kloof tussen premie-inkomsten en schadecijfers die steeds groter wordt'.
    Volgens de Consumentenbond bedraagt de (gemiddelde) premiestijging voor het eerste kwartaal van dit jaar (ten opzichte van 2020) negen procent, terwijl de schadelasten (ook weer gemiddeld en ten opzichte van 2020) zeventien procent lager zijn. De bond benoemt ook 'het grote verschil tussen premie-inkomsten en schadelast in euro’s', oplopend tot 1,8 miljard in 2020. Dat is echter geen winst zoals de Consumentenbond lijkt te suggereren, maar wordt voor een belangrijk deel gebruikt voor kosten van de verzekeraar.

    Kalenderjaar

    Het is bovendien te kort door de bocht om de cijfers over één kwartaal tegenover elkaar te zetten. Verzekeraars moeten vooraf rekening houden met risico’s die zich over een heel kalenderjaar kunnen voordoen. En natuurlijk kan de schadelast in het eerste kwartaal meevallen, maar we hoeven maar naar de watersnood in Limburg te kijken om te zien dat het tweede kwartaal een heel ander schadebeeld zal laten zien. 

    Rode cijfers

    Ook maakt de Consumentenbond een vergelijking tussen de premies en schadelasten vanaf 2017 tot en met 2020. In die berekeningen is de Consumentenbond echter vergeten om mee te wegen dat de premies van de autoverzekeringen in ons land jarenlang veel te laag zijn geweest, De Nederlandsche Bank concludeerde dit in 2016 al, de bond schreef daarover op de eigen website. Verzekeraars hebben tot vorig jaar rode cijfers geschreven, omdat de premies - vanwege de moordende concurrentie in de markt van autoverzekeringen - veel te laag waren.

    Verliezen aanpakken

    We doen voor een goed begrip even een klein stapje terug in de tijd. In maart 2016 heeft DNB de Nederlandse autoverzekeraars dringend opgeroepen om de verliezen op autoverzekeringen aan te pakken. De Consumentenbond schreef toen letterlijk dat consumenten rekening moesten houden met hogere verzekeringspremies.
    De bond gaf als verklaring dat 'verzekeraars tot 2014 de verliezen op de WA-dekking nog konden compenseren met de winstopbrengsten op de cascoverzekeringen. In 2014 is dat de meeste verzekeraars niet meer gelukt. Wanneer verzekeraars meer schade uit moeten keren dan ze aan premie binnenkrijgen, kunnen verzekeraars in de problemen komen. Toezichthouder DNB is daarom van mening dat verzekeraars in moeten grijpen om uit de risicozone te komen.'

    Combined Ratio

    In ons Financieel Jaarverslag 2020 dat vorige maand is verschenen, is deze ontwikkeling tot 2020 goed weergegeven in de zogenoemde Combined Ratio. Kort samengevat geeft deze Combined Ratio de verhouding tussen kosten en opbrengsten weer.
    Uit de figuur blijkt dat deze Combined Ratio in 2020, voor het eerst sinds jaren, onder de 100 is uitgekomen. Dat betekent dat pas in 2020 de schadelast en de kosten lager zijn dan de ontvangen premies. Daaruit blijkt dus ook dat er geenszins sprake kan zijn van een jarenlang oplopend positief resultaat waar de Consumentenbond op doelt, maar eerder van het inlopen op tekorten.

    Premieteruggave

    Zijn wij het met de Consumentenbond dan helemaal oneens? Nee, op één punt kunnen we elkaar goed vinden. De Consumentenbond benadrukte in een brief dat 'onnodige inkomsten wat de bond betreft aan verzekerden moeten worden geretourneerd'. Verzekeraars vragen niet meer premie dan nodig voor een gezonde bedrijfsvoering. Wij zijn er van overtuigd dat iedere verzekeraar, in een markt met ongeveer veertig concurrenten, een zo scherp mogelijke premie aanbiedt aan zijn klanten.

  • 16 Jul 2021 09:08 | Anonymous

    Exact 88.532 adviseurs waren er op 30 juni met een of meer beroepskwalificaties. Zij zijn adviesbevoegd tot en met 31 maart 2022 (eind tweede PE-periode). Dat zijn er 884 meer dan eind maart toen CDFD de vorige kwartaalcijfers bekendmaakte.

    Schade particulier telt het grootste aantal diplomahouders met 54.540, gevolgd door Vermogen (34.179) en Schade zakelijk (33.878). Pensioen telt het minste aantal diplomahouders met 4.811 adviseurs.

    In de maanden april, mei en juni werd 5.123 keer een PE-examen afgelegd. Het grootste aantal kandidaten ging op voor Schade zakelijk, namelijk 1.652, gevolgd door Inkomen (1.128), Hypothecair krediet (956), Schade particulier (488), Consumptief krediet (347) Vermogen (224), Pensioen (178) en Zorg (150).

    76,7 procent slaagde gemiddeld

    Gemiddeld werd 76,7 procent van de examens met goed gevolg afgelegd, een daling ten opzichte van eind maart toen het percentage op ruim 81 lag. Het hoogste percentage geslaagden was er bij Zorg (92,7 procent), het laagste bij Consumptief krediet (65,4). Het percentage geslaagden bij Schade zakelijk kwam uit op 78,0, bij Inkomen op 85,6 Hypothecair krediet 69,0, Schade particulier 67,0, Vermogen 71,9 en Pensioen 88,8.

    5.939 initiële examens

    In totaal werden in het tweede kwartaal van 2021 5.939 initiële examens afgelegd. De meesten gingen op voor Basis: 2036 keer. Schade particulier telde met 979 afgelegde examens daarna de hoogste opkomst, gevolgd door Hypothecair krediet (787), Vermogen (712), Schade Zakelijk (462), Inkomen (238) en Zorg (279). Pensioen telt het kleinste aantal: 149.

    Hypothecair krediet taai

    Het hoogste percentage is voor Basis: 67,2 procent. Hypothecair krediet blijkt taai me het laagste percentage geslaagden, namelijk 36,5 procent. Gemiddeld kwam het percentage geslaagden uit op 53,9 procent in de afgelopen drie maanden. Ook hier is weer sprake van een daling ten opzichte van het kwartaal ervoor toen het percentage op 58,3 lag.

  • 13 Jul 2021 09:31 | Anonymous

    De winst van een verzekeraar is o.a. afhankelijk van claims. Een vorm van belangenverstrengeling van de eerste orde. Een claim blijft hét moment van de waarheid voor verzekeraars. Een slechte afhandeling kan namelijk leiden tot klantverloop, verlies van reputatie en verlies van winst. Dat kan veel beter en veel winstgevender.

    Kosten en winst uit de premiesfeer

    De hoogste tijd voor verzekeraars om winst uit de premiesfeer te halen en met blockchain over te stappen op p2p risicodeling met variabele premies waarbij claims eensgezind door verzekerde, adviseur en expert buiten de verzekeraar om geregeld worden. Waarbij verzekerden zelf de voorwaarden van risicodeling bepalen en daarmee dus indirect de hoogte van de premie.

    *Voor verzekerden betere voorwaarden en lagere premies
    *Voor verzekeraars lagere kosten en hogere winst

    Door aan verzekerden een vaste vergoeding voor het platform of een vaste vergoeding per verzekering in rekening te brengen wordt belangenverstrengeling, klantverloop en verlies van reputatie voorkomen. De winst kan vooraf berekend worden in plaats van achteraf. Voor verzekerden betere voorwaarden en lager premies. Voor verzekeraars lagere kosten en hogere winst.


Powered by Wild Apricot. Try our all-in-one platform for easy membership management